Tinustechniek; Premium Volvo Upgrades   slogan tinustechniek

  Home
  Produkten

  Artikelen
       Aankooptips
       Verbeteringen
       Ophanging
       Uitlijning
       Aandrijving
       Motorswap

  Contact




  Partners
    Hot-Spark
    Advanced Performance Parts
    Tinustuning
    Tinustussengas

Uitlijning

De stand en bewegingen van de wielen (lees: uitlijning) van een auto heeft een behoorlijke invloed op het rij- en stuurgedrag. Er zijn veel verschillende voorkeuren en ideeen over wat 'de juiste' uitlijning is. Dit artikel kan een hulpmiddel zijn bij het naar eigen wens afstellen van de (voorwiel)uitlijning.

Uitgaande van een in goede staat verkerende ophanging zijn er feitelijk drie factoren die hoofdzakelijk bepalend zijn bij het weggedrag: Wielvlucht, Askanteling en Toespoor.


Wielvlucht

De wielvlucht (ook wel 'camber' genoemd) is de hoek, in graden, van de denkbeeldige lijn door de wiel-lijn, ten opzichte van verticaal, recht van voren gezien. Kort gezegd de hoek waarmee het wiel naar binnen of buiten hangt, en overigens zo klein dat het meestal nauwelijks waarneembaar is.

Door de bovenkant van het wiel een beetje naar binnen te laten leunen kan de band zich in een bocht iets beter 'schrap' zetten. Het contactoppervlak met de weg blijft goed waardoor de grip van de wielen vergroot wordt.

Op het moment dat er te hard een bocht wordt aangesneden, begint een auto te glijden. Dit kan via onderstuur (de auto begint te glijden op de voorwielen) of via overstuur (de auto gaat glijden over de achterwielen).
In de praktijk blijkt dat onderstuur over het algemeen goed 'aan te voelen'
en te corrigeren is (een beetje bijsturen en afremmen is vaak voldoende) in tegenstelling tot overstuur, waar vaak wat meer correctie voor nodig is (tegensturen en niet remmen).

Autofabrikanten hebben daarom de neiging om de achterwielen altijd net iets meer grip te geven dan de voorwielen: de achterwielen staan dus altijd een beetje verder naar binnen. Op die manier wordt er voor gezorgd dat, mocht een auto gaan glijden, dit als eerst over de voorwielen zal gebeuren. Onderstuur dus.
Tot op zekere hoogte geldt dat, hoe meer een wiel naar binnen hangt, hoe meer grip in de bochten. Kijkend naar onze Volvo's met starre achteras, zie je snel dat de achterwielen precies rechtop staan. Om er toch voor te zorgen dat de auto onderstuurd blijft, heeft men daarom de voorwielen ter compromis naar buiten laten hellen. Er is dus bewust weinig grip voor de voorwielen gecreerd zodat de auto daar het eerst zal gaan glijden.

Volvo adviseerde destijds een wielvlucht rond de 0,5 graad positief (naar buiten hellend). Met deze instelling is de grip dus niet optimaal. Door de voorwielen een negatieve wielvlucht te geven (naar binnen hellend) kun je dus voor eel meer grip, en een veel betere stuurrespons zorgen. Ga hierbij uit van een waarde van 0,25 tot 0,5 graden. Op het circuit zou je richting 1 of zelfs meer kunnen gaan.

Het veranderen van de wielvlucht doe je door de vulplaatjes van de bovenste draagarm te verhogen (negatiever). Als indicatie: een plaatje van ca. 1mm brengt tevens ca. 1 graad verandering teweeg. Verander onder beide bouten wel even veel, anders verander je namelijk ongewild ook de askanteling.


Askanteling

De askanteling of fuseehoek (ook wel 'caster' genoemd) is de hoek die de denkbeeldige lijn door de fuseekogels maakt ten opzichte van verticaal, van de zijkant af gezien.

Hoe groter de askanteling, des te beter de 'rechtuit-stabiliteit' bij hogere snelheden, maar het manoeuvreren bij bijvoorbeeld inparkeren zal net iets zwaarder gaan. De rechtuitstabiliteit begint merkbaar toe te nemen vanaf
ca. 0,5 graad. De denkbeeldige fusee-lijn hangt dan iets achterover. Bij de eerste Amazon's lag het caster tussen rond de 0 graden, maar bij latere modelen was dit al veranderd rond de 0,5 graden.

Naast de rechtuitstabiliteit heeft de askanteling ook invloed op het grip van
de voorwielen bij stuuruitslag: Door de askanteling te vergroten, komt bij stuuruitslag het buitenste wiel weer iets 'rechter op' te staan wat de grip
ten goede komt.

Afhankelijk van de omtrek van je stuurwiel, of je auto een boodschappenwagen of kilometervreter is, en de dikte van je bovenarm spieren, kun je het caster naar wens aanpassen. Dit dien je te doen door de gehele voortrein te kantelen, door middel van de vulplaatjes tussen het subframe en het chassis. Een waarde tussen de 0,5 en 1,0 graden is wenselijk, waarbij het belangrijk is beide zijden gelijke waarden te hebben.


Toespoor

Toespoor is simpelweg de mate waarin de voorwielen naar binnen 'toe sturen/sporen'. Dit kan weergegeven worden in graden of mm's. Indien het toespoor is weergegeven in mm's wordt het verschil gemeten tussen de afstand van het uiterste deel aan de voorkant en achterkant van de band.
(zie pijlen in figuur)

Toespoor bevordert de reactie van kleine stuurbewegingen en voorkomt een zoekerig gedrag bij rechtuit rijden. Echter, door gebruik te maken van een grotere askanteling kan het zoekgedrag verholpen worden, en ook de reactie op stuurbewegingen kan verbeterd worden door een negatieve wielvlucht te gebruiken. In principe veroorzaakt toespoor bij genoemde aanpassingen dus alleen nog maar ongewilde bandenslijtage, en dient zodanig op 0 gesteld te worden.

Nu is het echter zo dat de situatie tijdens het uitlijnen niet 100% overeen komt met de rijsituatie. In de praktijk is het namelijk zo dat de voorwielen een bepaalde weerstand hebben tijdens het rijden. Bij achterwiel aangedreven auto's hebben ze daardoor de neiging om iets 'achter te blijven'. Het gevolg hiervan is dat er een zeer geringe uitspoor ontstaat. Om juist bij een rijdende auto nul toespoor te hebben, die je hierop te anticiperen en tijdens het uitlijnen dus toch een zeer geringe toespoor in te stellen. Meer dan 0,25 graden is niet nodig, zeker niet als men gebruik maakt van polyurethaan ophangbussen. (zie ook: Ophanging)

Het toespoor kun je aanpassen door de spoorstang te verlengen, danwel verkorten. Aangezien het toespoor beinvloed wordt door de instellingen van zowel de wielvlucht als de askanteling dient het toespoor altijd als laatst afgesteld te worden.

Ben Flierman



Het op bovenstaande wijze aanpassen van de uitlijning is een genot om mee te rijden. Hou met het instellen van de wielvlucht wel rekening met de verandering van een onderstuurde, naar een overstuurde auto: vaak een persoonlijke afweging. Persoonlijk kan ik bovenstaande instellingen zeker aanraden! Veel succes en rijplezier!



Website and contents Copyright Tinustechniek 2007.